Familiale hypercholesterolemie

Familiale hypercholesterolemie (FH) is een ziekte van genetische oorsprong die wordt gekenmerkt door een zeer hoge cholesterolspiegel vanaf jonge leeftijd. FH kan complicaties in hart en bloedvaten of in de hersenen veroorzaken, en dit vanaf 30 (mannen) of 40 jaar (vrouwen). Met een vroegtijdige diagnose (indien mogelijk vóór 30 jaar, ideaal vanaf de kindertijd) en een aangepaste behandeling is het mogelijk deze cardiovasculaire complicaties te voorkomen.

De oorzaak

Familiale hypercholesterolemie wordt veroorzaakt door mutaties (fouten op het DNA) in enkele genen die instaan voor het beheer van de cholesterol in het lichaam.

Bij elke mens wordt cholesterol in het bloed getransporteerd door specifieke elementjes die we lipoproteïnen noemen. Deze lipoproteïnen wikkelen kleine pakketjes cholesterol (en andere vetten) in een proteïne ('apolipoproteïne B' genaamd) zodat ze in het bloed kunnen circuleren. De belangrijkste lipoproteïnen zijn de LDL-lipoproteïnen die de zogenaamde 'slechte' cholesterol vervoeren. (Lees hierover meer in "Wat zijn de gevolgen hiervan?") Normaal worden de LDL-lipoproteïnen in de lever 'onderschept' en uitgeschakeld via LDL-receptoren (die een beetje als een 'vangnet' werken).

In het geval van een FH werkt dit onderscheppingsmechanisme niet zo goed. Ofwel werkt de LDL-receptor niet, ofwel herkent de proteïne die rond de lipoproteïne gewikkeld is, de receptor niet. Mensen die aan FH lijden, bereiken hierdoor zeer hoge niveaus van LDL-cholesterol omdat hun lever de bloedsomloop niet doeltreffend kan zuiveren van deze LDL-lipoproteïnen.

Twee vormen van familiale hypercholesterolemie

Bij een mens bestaat elk gen in de vorm van twee kopieën. Er zijn dus twee vormen van FH mogelijk. In het ene geval is slechts één gen aangetast (gemuteerd): dit is de (meest gebruikelijke) heterozygote vorm. In het andere geval zijn beide genen aangetast (gemuteerd): dit is de homozygote vorm. Deze is zeldzamer maar ook ernstiger (cf. frequentie). Eén abnormaal gen volstaat om storing te veroorzaken in het onderscheppen van de LDL-lipoproteïnen door de lever. Dat abnormale gen produceert immers abnormale receptoren (apolipoproteïnen B), terwijl het normale gen normale receptoren (apolipoproteïnen B) produceert, zodat het onderscheppingssysteem slechts voor 50% werkt en het LDL-cholesterolgehalte verdubbelt.

De homozygote vorm is nog erger omdat dan beide kopieën van het gen abnormaal zijn. Het onderscheppingssysteem is volledig aangetast, en het LDL-cholesterolgehalte bereikt soms een tienvoud van de gewone waarden zodat reeds vanaf de kindertijd hartproblemen ontstaan. Gelukkig komt deze toestand veel uitzonderlijker voor.

Wat zijn de gevolgen hiervan in de slagaders?

Als LDL-lipoproteïnen te talrijk in de bloedsomloop circuleren, zetten ze zich uiteindelijk af op de wanden van de slagaders. Op termijn vormt deze afzetting 'plaques' (of 'atheromen') op de wanden van de slagaders. Deze blijven groeien in omvang en stremmen de bloeddoorstroming naar het orgaan dat door de aangetaste slagader wordt doorbloed. Zo ontstaan vroegtijdige cardiovasculaire ziektes (cf. ziektes van hart en bloedvaten).

Hoe wordt deze ziekte van generatie op generatie overgedragen?

Het abnormale gen wordt volgens de wetten van de erfelijkheidsleer overgedragen op de volgende generaties. Bij een individu bestaat elk gen in de vorm van twee kopieën. Tijdens de bevruchting wordt slechts één van beide kopieën overgedragen. Aangezien de heterozygote vorm (waarbij het individu drager is van een normaal en een abnormaal gen) de meest frequente vorm van FH is, is er dus één kans op twee (50%) dat dit individu zijn abnormaal gen overdraagt op zijn kind. Uw broer of zus heeft eveneens 50% kans de ziekte te krijgen. Uw kleinkinderen, grootouders, ooms of tantes hebben een risico van 1 op 4 (25%). Uw volle neven en nichten ten slotte, hebben 1 kans op 8 (12%) op de ziekte.

Wat is de frequentie van FH in België?

Heterozygote FH, de meest voorkomende vorm, treft ongeveer één persoon op 300 à 500. Dat is dus niet zó zeldzaam. In een volle filmzaal of een volle metrotrein zal gemiddeld één persoon deze ziekte dragen. De familiale hypercholesterolemie is dus frequenter dan het lijkt. Een frequentie van 1/400 betekent ook dat ongeveer 25.000 Belgen deze ziekte dragen.

De homozygote vorm is veel zeldzamer. Hier wordt de frequentie geraamd op 1 geval op 1.000.000. Vermoedelijk zijn er in België dus een tiental gevallen. Dit komt slechts voor indien beide ouders een heterozygote FH hebben. Hun kans op een homozygoot kind is dan 1 op 4.

Cardiovasculaire risico's en complicaties

Zonder een gepaste behandeling ervaren 50% van de mannen en 30% van de vrouwen met een FH nog voor hun 60e een cardiovasculaire complicatie. Dat is 5 keer meer dan de rest van de bevolking.

De verhoogde cholesterol hoopt zich op tegen de wand van de slagaders en produceert afzettingen die geleidelijk de bloedsomloop zullen stremmen, zodat bepaalde organen te weinig zuurstof zullen krijgen. De meest getroffen slagaders zijn de kroonslagader (naar het hart), de halsslagaders (naar de hersenen) en de slagaders die de benen doorbloeden.

De meest frequente cardiovasculaire complicaties zijn hartinfarcten, angina pectoris en het acuut coronair syndroom (ACS). Wat de cerebraal-vasculaire complicaties (CVA's) betreft, kan men ook lijden aan slagaderontsteking (arteriïtis) van de benen met het risico van een chirurgische ingreep.

Diagnose en behandeling

Een diagnose maakt een betere inschatting van het cardiovasculaire risico mogelijk en versterkt de motivatie van de arts en van de patiënt om de therapeutische aanpak te optimaliseren. Ze spoort ook aan om de ziekte zo grondig mogelijk op te sporen bij andere familieleden. Zodra ze geïdentificeerd is, wordt FH behandeld met geneesmiddelen of chirurgische ingrepen (chirurgische revascularisatie of percutane dilatatie).

Een initiatief van:
Dank aan onze partners:
Dank aan onze sponsors:
In samenwerking met: